Het imaginaire landschap van Lyde de Graaf Als je het kunstenaarschap en de filosofische wijze, waarop Lyde de Graaf haar fotografie beoefent, zou willen benoemen in één woord kom je vanzelf op ’sublimatie’. Zij weet het kleine, het fragment, het detail uit het gewone leven, organisch of anorganisch, te verheffen tot een grotesk, soms kosmisch gebeuren. Zij creëert onbestaanbare werelden vanuit simpel geënsceneerde en gemanipuleerde basismaterialen. Werelden, die een heel eigen abstract en vervreemdend leven gaan leiden. Lyde de Graaf (1939) komt uit een gezin, waar de camera zogezegd op de keukentafel in de aanslag lag. Vader en grootvader grepen er al naar, zodra zich een moment van bijzondere lichtval voordeed op een object. Dat is belangrijk, want een minuut later kan dat soms nèt iets minder magistraal uitvallen. Hoewel het fotograferen dus in haar bloed zit en ook die timing, begint ze zichzelf pas in 1990 serieus te nemen, als ze zomaar van iemand een Leica krijgt met ook nog eens drie objectieven. Ze bezoekt bij toevaI een oude verlaten en vervallen broeikas temidden van een heel complex van deze volkomen verwaarloosde en kapotte glasconstructies. Een griezelige gewaarwording, maar haar fascinatie is gewekt. Hier schuiven schaduwen van de tijd over half vergaan, geërodeerd glas. In lichtgekromde diagonalen liggen troebele glasscherven op en over elkaar, telkens van tint en lijn veranderend door het brekende licht. De metamorfosen, die ze hier waarneemt, doen haar beseffen dat ze die zelf ook zou kunnen ontwikkelen en realiseren. Lyde de Graaf bezit een telelens, die in tijd en ruimte kan kijken. Een telelens met een poëtisch filosofische visie… Marrit Verwiel kunstrecensent  
Klik op de foto voor informatie over het werk.
Het imaginaire landschap van Lyde de Graaf Als je het kunstenaarschap en de filosofische wijze, waarop Lyde de Graaf haar fotografie beoefent, zou willen benoemen in één woord kom je vanzelf op ’sublimatie’. Zij weet het kleine, het fragment, het detail uit het gewone leven, organisch of anorganisch, te verheffen tot een grotesk, soms kosmisch gebeuren. Zij creëert onbestaanbare werelden vanuit simpel geënsceneerde en gemanipuleerde basismaterialen. Werelden, die een heel eigen abstract en vervreemdend leven gaan leiden. Lyde de Graaf (1939) komt uit een gezin, waar de camera zogezegd op de keukentafel in de aanslag lag. Vader en grootvader grepen er al naar, zodra zich een moment van bijzondere lichtval voordeed op een object. Dat is belangrijk, want een minuut later kan dat soms nèt iets minder magistraal uitvallen. Hoewel het fotograferen dus in haar bloed zit en ook die timing, begint ze zichzelf pas in 1990 serieus te nemen, als ze zomaar van iemand een Leica krijgt met ook nog eens drie objectieven. Ze bezoekt bij toevaI een oude verlaten en vervallen broeikas temidden van een heel complex van deze volkomen verwaarloosde en kapotte glasconstructies. Een griezelige gewaarwording, maar haar fascinatie is gewekt. Hier schuiven schaduwen van de tijd over half vergaan, geërodeerd glas. In lichtgekromde diagonalen liggen troebele glasscherven op en over elkaar, telkens van tint en lijn veranderend door het brekende licht. De metamorfosen, die ze hier waarneemt, doen haar beseffen dat ze die zelf ook zou kunnen ontwikkelen en realiseren. Lyde de Graaf bezit een telelens, die in tijd en ruimte kan kijken. Een telelens met een poëtisch filosofische visie… Marrit Verwiel kunstrecensent  
Klik op de foto voor informatie over het werk.